|
Omgangsvormen zijn bedoeld om het leven te veraangenamen en taal vergemakkelijkt natuurlijk de omgang in het algemeen. Taal is ook een code, een manier om je te onderscheiden, om aan te geven bij welke groep je wilt horen.
Bij mijn opa was het de gewoonte om elkaar in de kring een hand te geven en luid zingend "smakelijk eten" te wensen. Terwijl je je armen op en neer bewoog. De kinderen vonden het prachtig, vooral omdat de ouders gruwden van dit atavistische gebruik. De opvoeding draaide om een paar elementaire regels: met twee woorden spreken, je vork naar je mond brengen en niet andersom en vooral nóóit "smakelijk eten" zeggen. Dat was ordinair, dan wist je niet hoe het hoort. Bon appetit, vooruit, als je het echt niet kunt laten. Dat is immers Frans en bovendien verwijst het naar de eetlust, iets waar de gastvrouw of kok geen invloed op heeft.
Uit wellevendheid druk je geen twijfel uit over de kwaliteit van de maaltijd. In middenklassenkringen denkt men daar niet zo over na, daar hebben ze wel wat beters te doen zullen we maar zeggen. Toch is het veto geen totale onzin: over smaak valt niet te twisten. Zo kun je ook nog steeds beter maar niet over politiek praten in gezelschap van niet-zo-heel-goede-vrienden. Zeker niet nu de kans wel erg groot is dat je die éne op de zes treft.
Zo is ook het gebruik van het woord "toilet" elke keer weer moeilijk. Waarom niet wc? Volgens de regels van het spel noem je de dingen bij de naam. Geen gewichtigdoenerij, doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Zeg wat je bedoelt. Hier ontmoet taal etiquette. Een wagen is een auto en een japon een jurk. En als die leuke man toch naar het toilet moet, dan is hij ineens een stuk minder interessant.
Val je door de mand als je, op weg naar het toilet, per ongeluk iemand een smakelijke voortzetting wenst? Het is helemaal tegen de tijdgeest in, maar ik weet genoeg. En voor al uw problemen op dit gebied, verwijs ik graag naar de site van Beatrijs Ritsema.
 |